Juli 2008

Bandryland, Share Cropper's Whine (Independent)

Een van de interessante, hedendaagse acts uit Louisiana is de singersongwriter Drew Landry. Ik kwam hem een keer tegen op een No Depression party tijdens SXSW in Austin. Het bleek een begin-dertiger te zijn met een nogal jongensachtig postuur. Daarover was ik nogal verrast, want op zijn albums klinkt hij met zijn scherpe, volle stem als een veteraan à la Graham Parker. Drew Landry komt uit Lafayette en debuteerde in 2004 met het album “Keep What’s Left”. Een prachtige schijf vol afwisseling met een broeierige ‘gumbo’ van honky tonk country, cajun, zydeco, folk, rock en blues. Daarnaast schrijft hij interessante, sociaal bewogen teksten, die hij onder meer heeft meegekregen van een van zijn helden namelijk Woody Guthrie. Vervolgens verscheen er van Drew Andrew en zijn Dirty Cajuns een EP “Tailgaten Relief & Hurricane Companion” met opmerkelijk geëngageerde liedjes over Katrina, penitiaire inrichtingen, dubieuze regeringspraktijken en TV-dominees.

Share Croppers Whine” is derhalve Landry’s derde schijf. Hij heeft zijn band met onder meer mandolinespeler Al Berard, gitarist Michael Juan Nunez en Son Volt-bassist Andrew DuPlantis omgedoopt in Bandry Land. De liedjes zijn gemaakt voor de autobiografische documentaire “Last Man Standing”. In deze film wordt het roerige leven van Drew (o.a. zijn moeders strijd tegen psychische problemen en kanker) belicht. Men krijgt een beeld van de sociale betrokkenheid van Landry bij de opruimwerkzaamheden van de storm Katrina. Zijn liedjes zijn weer politiek geladen met veelal een positieve insteek. De oorlog met Irak, de Katrina-nasleep, allerlei randfiguren en de heimwee naar betere tijden zijn de thema’s van dit fascinerende album. De scherpzinnige teksten zijn vaak aangrijpend zoals in “Last Man Standing”: Hell, that’s how the West was won, they call it justice with a gun. In de politiek geladen song “Conspiracy Theory” zingt hij verbeten over Irak: This ain’t no joke no more, hell it ain’t no holy war, just another way a rich man got fat off of the poor. Kortom, Drew Landry bijt van zich af als Steve Earle in zijn beste dagen. Een fascinerend schijfje van een muzikant die ik wel eens in Nederland aan het werk zou willen zien.
(Paul Jonker)

07-18
Next
Up
Previous