Eric Bibb is een bluesman met een grote staat van dienst. Op zijn 59e heeft hij in slechts 13 jaren 17 studio albums en een dvd op zijn naam staan. De zeventiende CD kwam afgelopen februari uit en is een juweeltje. In iets minder dan een uur vertelt Eric zijn verhaaltjes aan ons in 18 nummers, waarvan twee instrumentaaltjes en twee covers (het onverwoestbare ‘Wayfaring stranger’ en Blind Willie Johnson’s ‘Nobody’s fault but mine’.
De instrumentatie is kleinschalig: Eric op diverse soorten gitaar met op negen nummers Grant Dermody op harmonica. Op de CD ook nog een videootje van het titelnummer, waarin Eric de legendarische National steel gitaar bespeelt van Bukka White (Booker T. Washington White, de legendarische bluesman uit de Mississippi Delta, die onder meer verantwoordelijk was voor de start van de carrière van zijn neefje B. B. King). Eric is de zoon van Leon Bibb, die naam maakte in de New Yorkse folk scene van de jaren 60 van de vorige eeuw en de neef van de beroemde jazzpianist en oprichter van The Modern jazz Quartet John Lewis. Vanaf zijn vroege jeugd (op zijn zevende kreeg hij van zijn vader zijn eerste gitaar) speelt Eric gitaar, op zijn 16e maaktr hij deel uit van zijn vader’s begeleidingsband. Zijn liefde voor blues ontwikkelde hij vanaf ongeveer 1970. Zijn grootste interesse gaat vanaf dat moment uit naar de blues van voor de tweede wereldoorlog en op dit prachtige laatste album laat hij zich met name inspireren door de muziek van Bukka White. De eigen songs zijn van uitzonderlijke klasse, zowel in muzikaal als in tekstueel oogpunt. Misschien is het mooiste nummer wel ‘Everyday’s been Sunday’, waarin Eric het verhaal vertelt van DeFord Bailey, een mondharmonicaspeler van Afrikaanse afkomst (grootouders waren slaven!) die furore maakte in de countrymuziek van de Grand Ol’ Opry in Nashville in de pioniersjaren van 1927 tot 1941. Door een conflict met BMI werd hij in 1941 aan de kant gezet, waarna hij zijn brood moest verdienen als schoenpoetser, kapper en dat soort werk. Een van de tragische verhalen uit de Amerikaanse muziekgeschiedenis. In het geval van DeFord (die in 1982 overleed) kwam de rehabilitatie een jaar of vijf geleden. Eric begint als volgt: ‘DeFord Bailey is my name, you know. Folks heard me on the radio long time ago – in my prime. ‘Harmonica wizard’, that’s what they called me, a member of the Grand Ole Opry. Though I’ve come a hard way, everyday’s been Sunday with me’.
Eric’s soepele, prettige stem en gave begeleiding zorgen ervoor dat ‘Booker’s guitar’ een topper in het genre is. Voeg daar de prachtige verpakking, digipack met een boekje van 40 pagina’s met info in Frans en Engels en alle songteksten (behalve ‘Nobody’s fault but mine’). (Fred Schmale)