|
Lost Highways komt volgens mijn oren weer met een goudhaantje. Dit keer masseert de voorkort nietszeggende Ryan Bingham bij mij de trommelvliezen. Okay, ongeveer twee jaar geleden dook van hem het in eigenbeheer uitgebrachte Wishbone Saloon op maar die tel ik nu heel even niet mee. De nu pas vijfentwintig jarige singer-songwriter etaleerde op die plaat pure Texas Americana die dan ook meteen de aandacht trok van mensen als Terry Allen en Joe Ely. Toch doen de wandelgangen de ronde dat hij uit hetzelfde hout gesneden zou zijn als de Texaanse troubadours Billy Joe Shaver of een Willie Nelson. Dit laatste kan misschien wel waar zijn, maar ik geloof meer in de wortels van deze tijd
Op Bingham’s nieuwe release Mescalito hoor ik heerlijke melancholische lome outlaw country blues waar vanzelfsprekend een Dobro, Banjo, viool en mondharmonica etc. niet in ontbreken. De in zijn jeugd tussen West Texas en New Mexico pendelende Bingham categoriseer ik dan maar meteen in rijtje Ryan Adams en Grayson Capps. Een gedurfde vergelijking, ik weet het, maar ik weet zeker dat als u de aangrijpende verhalen en muziek van Bingham’s debuutalbum hoort u het met mij eens zult zijn. De jongster heeft, zo te horen, in zijn korte leven al heel wat meegemaakt. “When I die lord won’t you put my soul upon a train. Send it south bound and give it a cool blues man’s name”, hoor ik in de opener Southside Of Heaven. Verwacht van Bingham geen clichématige teksten deze knaap bezingt ze waarheidsgetrouw, dacht ik meteen. Volgens mij maakt ook ex Black Crowes gitarist Marc Ford zijn productie debuut met Mescalito. Als ik mij goed herinner werd hij eind negentigerjaren uit de Black Crowes gekickt. Daarna dook hij op als gitarist bij Gov’t Mule en Ben Harper geloof ik. Op Mescalito is hij nadrukkelijk, niet voorspelbaar, aanwezig zodat soms gouden Black Crowes tijden van albums als The Southern Harmony and Musical Companion en Amorica herleven. Wat Ford en mixer Anthony Arvizu (Tim Easton) ook bezielden, ze laten Ryan Bingham van zijn sterkste kanten excelleren. Geen over productief werk maar puur in dit tijdsbeeld geplant. Het robuuste Sunshine lonkt naar Led Zeppelin’s When the Levee Breaks terwijl Take It Easy Mama weer sterke Steppenwolf trekjes vertoond, zegt u het maar? “I've been working in the goddamn sun for just one dollar a day” weer zo’n zinsnede waarbij je denkt, die kerel beleeft tenminste zijn songs verdorie. In Ghost Of The Travelin’ Jones doet ook Terry Allen een subtiele duit in het zakje. Net als je denkt dat Mescalito uitpuft in het, maarliefst ruim zes minuten durende, sluitstuk For What It’s Worth krijgt de opener Southside Of Heaven een vervolg. Bingham legt zijn ziel blood “Always got to be a fucking train.” We horen in de verte een trein aankomen. Zijn akoestische gitaar dwarrelt door het dal ik fantaseer daar mijn beelden bij en berust in het feit dat deze jonge gast mij overdondert heeft.
Bingham wordt bijgestaan door een tal van muzikanten maar de vaste kern bestaat uit zijn eingen Living Dead Horses met Matt Smith op drums, Corby Schaub (gitaar) en Jeb Stuart op bas. Ook deze nog jong ogende mannen maken een droom major debuut met de release van Ryan Bingham’s Mescalito. Deze knakker mag, als het aan mij ligt, doodeenvoudig niet ontbreken op Blue Highways line-up van 2008. (Jan Janssen)
|